Tagarchief: Wandelen

Balans

Stukje lopen is weer thuis. Tijd om de balans op te maken.

Hoeveel kilometer?
We zouden 400 kilometer lopen. Eigenlijk zijn het er, volgens het routeboekje van het Zuiderzeepad, 405. Dat is inclusief het rondje Marken. Omdat niet iedere camping aan het pad ligt, liepen wij uiteindelijk zo’n 418 kilometer.

Wil je weten hoe we precies liepen? Op de pagina Waar zijn we nu? kun je de volledige route bekijken.

Slaapgeld
Op de laatste nacht na, mochten we overal gratis overnachten, 26 nachten in totaal. Ook hebben we een paar keer gratis koffie en taart gekregen. Zo spaarden wij een bedrag uit van € 561,40.

Iedereen die dit bedrag mede mogelijk heeft gemaakt: heel heel hartelijk bedankt. Jullie geven extra glans aan onze actie. En Stukje lopen doet er nog een schepje bovenop: wij ronden het bedrag naar boven af.

Vandaag storten wij namens alle campings, jachthavens, hotels en andere etablissementen € 600,= aan de actie.

Loopgeld
Tientallen mensen steunden de actie door een bedrag te storten en/of kilometers te adopteren. We vonden het ontzettend leuk om voor jullie iets terug te doen door mooie foto’s te maken. Dankzij jullie staat de teller van de actie op dit moment op € 2021,=.

Met de € 600,= van de overnachtingen erbij zitten we nu dus op € 2621,=.

Wat een fantastische score! Dat hadden we van tevoren niet verwacht. Iedereen die wat gaf, ontzettend bedankt. We zijn blij met elke euro. En nu het toch zo goed gaat, hopen we op nog iets meer.

DSC04607 - kopieWe lopen nog even door
We zijn nog niet klaar. We plaatsen nog dagelijks  fotogroeten en –blogs. We verwachten ook nog een paar bedragen die zijn toegezegd. En we hebben nog een berg prachtige foto’s liggen die we graag met jullie delen. We hebben er meer dan 5000 gemaakt.

Daarom hebben we iets leuks bedacht. We kondigden het al aan in Stukje lopen loopt door: er komt een kilometergrabbelton. Zo hopen we jullie nog meer mooie foto’s te kunnen laten zien. En  het sponsorbedrag nog verder te laten stijgen . Dit weekend leggen we in een aparte blog de spelregels uit.

Doe mee met de kilometergrabbelton en help Stukje lopen over de 3000-eurogrens!

Advertenties

Stukje lopen loopt door

DSC06578 - uitsnedeWandelen is niet moeilijk. Je zet gewoon je ene voet voor de andere en daarna de andere weer voor de ene. Als je daar maar lang genoeg mee doorgaat wandel je. ‘Het enige wat je ervoor nodig hebt is een paar goede schoenen,’ zei Henk Raaf in zijn boek Stappen. Als je wat langer onderweg bent is naast een paar goede schoenen wat water en brood wel prettig. En een goede rugzak om je spulletjes in te doen.

Je moet niet bang zijn voor een beetje regen. Of voor hoog nat gras. Of voor brandende zon. En je moet schijt kunnen hebben aan schapenkeutels in het profiel van je schoenen.

Wandelen in het wilde weg is al geweldig, maar als je wandelt met een doel wordt het alleen maar mooier. Wij hebben een doel, een goed doel. En met dat doel voor ogen wandelen wij tot over alle grenzen. We zouden er blaren voor op onze voeten lopen.

Zelfs nu we weer thuis zijn lopen we virtueel nog een stukje door. Want we zijn nog niet klaar. We zetten de schoenen in het vet en verruilen ze voor iPad en laptop. We lopen de bijna 5000 foto’s door en zoeken daar de mooiste uit voor de fotogroeten en –blogs van de laatste honderd kilometer. Allemaal voor dat goede doel, de Amazones. En voor het plezier van onze volgers.

Dus heb je jouw kilometer(s) nog niet voorbij zien komen? Blijf ons volgen, alle kilometers komen aan de beurt.

Kilometergrabbelton
En heb je nog geen kilometers geadopteerd, maar had je dat eigenlijk best gewild? Het kan nog. We hebben nog veel mooie foto’s die we heel graag zouden willen plaatsen. Daarvoor zijn we iets leuks aan het bedenken: de kilometergrabbelton. Daarover volgt zeer binnenkort meer informatie.

Dus, heb je genoten van deze blog, blijf ons dan volgen. En wil je de actie alsnog steunen, dan hoef je niet te wachten op de grabbelton. Als je nu doneert, mag je straks als eerste grabbelen. Stuur ons dan wel even een mailtje (stukjelopen@kpnmail.nl).

50 jaar en 30 kilometer

(W)
‘Hij loopt dood,’ zegt de man die op straat staat te bellen. We checken onze routebeschrijving. Die lijkt toch te kloppen. Eigenwijs lopen toch het volkstuinencomplex op. Linksaf en dan rechtsaf, so far so good. Als wandelaar loop je niet zo snel dood. Maar aan het eind van de tuintjes staat een hek. Op slot. Aan weerskanten een heg en een met riet begroeide sloot.

Vroeger was het hek open, vertelt een tuinierende vrouw. Maar op scootertjes scheurende jeugd misbruikte de tuinen als crossterrein. Er is geen andere weg, we moeten helemaal terug, tot het begin van het tuinencomplex, langs de man die nog steeds staat te bellen en grijnzend zijn gelijk incasseert.

Het is 31 mei. Vandaag word ik 50 jaar. Vandaag is ook de sportdag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, waarvoor ik werk. Onder het sportaanbod ook wandelen! Je kunt kiezen uit 15 of 30 kilometer. Dat komt mooi uit, het past perfect in ons trainingsschema! Sé heeft haar vrije dag geruild om mee te kunnen lopen.

Vanaf een sporthal op de Uithof lopen we via Bunnik, de zuidrand van Zeist en Austerlitz naar Soesterberg. Daar buigt de route weer via Zeist terug naar de Uithof. Bij een reusachtige bij wordt honing verkocht, een Frans balkon staat eenzaam aan een vennetje, aan de dennen groeit nieuw groen. Ik trakteer op aardbeien in het bos en van Sé krijg ik bloemen uit het bos.

Het is een prachtige wandeling. En ook het weer is een cadeautje: een zomerse zon verwarmt de strakblauwe hemel tot een temperatuur waar een verjaardag zich niet voor hoeft te schamen.

Een keer verlopen we ons, waardoor we Soesterberg missen. Scheelt een kilometer. Maar die krijgen we er na 30 kilometer bij het volkstuinencomplex net zo hard weer bij. Ach, de zon schijnt en we zijn fit.

Na 31,5 kilometer komen we terug bij de sporthal. Onze training is geslaagd, als we dit kunnen zonder bepakking, dan lukken die 20 per dag met ook wel.

Dag Texel

De laatste dag van ons rondje Texel begint met zon door de ramen van onze hotelkamer. Maar tegen de tijd dat we de wentelteefjes op hebben en op pad gaan is de hemel grijs. Het blijft frisjes en het waait nog steeds, al is het minder hard dan gisteren.

We lopen vandaag via Den Burg naar ’t Horntje, waar de pont naar Den Helder afmeert. We komen langs de Skilsloot en de Wezenputten, waaruit in de Gouden Eeuw drinkwater voor de VOC-schepen werd geput. Texels water was ijzerrijk en daardoor lang houdbaar. Niet onbelangrijk als je er tot Kaap de Goede Hoop mee moest doen.

We beklimmen de Hoge Berg. Vijftien meter is misschien niet veel, maar het uitzicht vanaf deze bult klei over de polder is prachtig. Door de lemen walletjes erlangs lijken de paden op holle weggetjes.

We bezoeken de Georgische begraafplaats, waar 476 Georgische krijgsgevangen uit WOII begraven liggen die hun rebellie tegen gedwongen Duitse krijgsdienst niet overleefden.

Den Burg is rustig op deze vroege zondagmiddag. Een paar winkels zijn open, maar het loopt niet storm. We nemen koffie met een juttertje op een terras en genieten van het zonnetje, dat met jas aan best aangenaam is.

Het stadje achter ons latend mijmeren we over de mooie dingen die we deze dagen hebben meegemaakt. Kwakende kikkers in de Horsmeertjes, fazanten, biddende buizerds, een lepelaar op het wad (die we vergaten te fotograferen).

Prrriet! klinkt het plotseling vlak voor ons. Op het lemen walletje langs de weg, op maar een paar meter afstand, zit een snip! Snel pakken we het fototoestel. Deze kans mogen we niet voorbij laten gaan. De snip vind het best. We kunnen zelfs tot een metertje of twee naderen voordat hij opvliegt. Al prrrriettend vliegt hij over het veld en landt een stukje verder op een paaltje.20130515-210937.jpg

We besluiten de laatste kilometers over de dijk langs de Waddenzee te lopen. Daar wacht ons nog een verrassing: Boeken aan de Dijk. Een tweedehands boekenwinkeltje in een schuur met een honestybox. Vanuit de natuur staan we plotseling midden tussen de literatuur. We kopen een boek en lopen zielsgelukkig verder naar de pont.

Dag Texel, tot ziens. Zeker, zeer zeker tot ziens.

Welkom in Oudeschild

In een echt wandelhotel voelt de wandelaar zich altijd welkom, of hij nu aankomt als een verzopen kat of verwaaid door tegenwind. John Jansen van Galen schreef het recent nog in zijn artikel Slaapwandelen, in de NRC van 4-5 mei, over hotelwensen van wandelaars. Hij voegde een lijstje toe van hotels die volgens hem de titel wandelhotel waardig zijn. Hotel De Zeven Provinciën in het Texelse dorpje Oudeschild mag daarop wat ons betreft direct worden toegevoegd.

Na een goede achttien kilometer ploegen tegen de straffe, zuidwestenwind in, voelden onze rugzakken als lood en protesteerden onze voetzolen. Een camping heeft Oudeschild niet, dus zochten we een hotelletje. In het haventje staan er drie. Bij de eerste wees men ons smalend de deur. U hebt niet gereserveerd? Wij zitten vol en de collega’s vast ook. Hemelvaart, hè… Denkt u erom dat de laatste boot naar Den Helder om negen uur vertrekt? Hoezo welkom op Texel? Na nog een afwijzing probeerden we het derde hotel maar niet meer.

Bij de Zeven Provinciën, verderop in de Admiraal de Ruyterstraat, ging het anders. Een kamer? Ja hoor, hier heb je de sleutel. Inschrijven? Ach, met die rugzakken om halen we jullie toch wel in. Zal ik de kamer even laten zien? Is nog maar een paar meter lopen. Wat zien die rugzakken er zwaar uit… Kijk, dat is gastvrijheid waar je wat aan hebt.

Na een tukje en een heerlijke warme douche bestelden we een Texels Skuumkoppe in het restaurant en bestudeerden we de kaart. Het is een eenvoudig eethuis, de kaart biedt pannenkoeken van Texelse producten of Michiels daghap (iedere dag iets anders}. De pannenkoek kunnen we van harte aanbevelen.

Michiel de Ruyter kwam hier al, zeggen ze zelf. En dat zou zomaar waar kunnen zijn. In 1666 stond hier al een herberg met dezelfde naam. Gelegen aan de Reede van Texel waar VOC-schepen ankerden om water en proviand in te slaan. Een historische overnachtingsplek dus. En ze zijn er trots op: in het restaurant ligt het vol met oude potscherven en historische prenten.

Bij het ontbijt geen afgezaagde roereieren en spek, maar wel warme wentelteefjes. Daar kunnen we weer kilometers op vooruit!

20130513-220727.jpg

Lente in waterland

(w)
Gefascineerd volg ik de twee witte vogels. Wat spijt het me nu dat ik geen vogelaar ben, ik heb geen flauw idee wat voor soort het is. Ze lijken op meeuwen, maar zijn kleiner; hun vlucht doet denken aan een zwaluw, maar daarvoor zijn ze weer veel te groot. Piep, roepen ze vrolijk, terwijl ze heen en weer dansen door de lucht.

imageDe eerste echt zonnige dag van het jaar vieren we met een wandeling in het Twiske. Dit natuurgebied ten noorden van Amsterdam ligt ingeklemd tussen Landsmeer en Oostzaan. Eigenlijk is het een van de vele riviertjes die hun Noord-Hollandse polderwater in het IJ lozen. Vanwege de bouw van het Coentunneltracee is er in de jaren ’50 en ’60 veel zand afgegraven, waardoor de Stootersplas ontstond. Dat maakt nu deel uit van een recreatiegebied waar gevaren, gezwommen, gedoken, gefietst en gewandeld kan worden. Er grazen paarden, Hollandse, Franse en Schotse koeien en het wemelt er van de vogels. Op ooghoogte, niet meer dan paar meter van ons vandaan, vliegen drie ganzen langs. Dat heb ik nog nooit van zo dichtbij gezien.

Vanaf een parkeerplaats aan de oostkant van het gebied startten we onze wandeling in zuidelijke richting. We gaan de hele plas rondlopen, een tochtje van 16 kilometer. Het landschap bestaat uit velden, doorregen met slootjes en beekjes. Met recht kun je het een wetland noemen. De vraag is in hoeverre het natuur mag heten, want het is volledig door mensenhanden ontstaan. Maar de invulling die de natuur er zelf aan gegeven heeft is onmiskenbaar en niet te evenaren. Hoe verder we langs de westkant naar het noorden lopen, hoe spectaculairder het landschap wordt. We hebben weids uitzicht over riet en water. Dat doet de trotse imageTwisker molen, die op het zuidelijkste puntje van het natuurgebied staat en vandaag draaiend te bezichtigen is, haast alweer in het vergeetboek belanden. Na de noordelijke bocht pauzeren we in een rietvlakte. Het is een betoverend gezicht, ik heb het gevoel dat we in de middeleeuwen zijn beland.
image
Langs water, door bos, over strandjes en langs een ijscoboer die zo vroeg in het seizoen nog geen ijsjes heeft, dalen we weer af naar het zuiden. Op de parkeerplaats staat ons elektrische Greenwheelsautootje braaf op ons te wachten. Jammer dat de wandeling al voorbij is, we hadden nog wel uren kunnen doorlopen.

Paasbrood met blauwschimmelkaas

(S)
Wie de wilde kuddes op de steppes van de Oostvaardersplassen echt wil zien, moet de trein nemen. De reiziger tussen Almere en Lelystad wordt getrakteerd op weidse vergezichten met grazende heckrunderen, konikpaarden en edelherten. Zegt Wicher, die het tripje dagelijks maakt.

De wandelaar is veroordeeld tot het pad aan de ‘verkeerde’ kant van het spoor. Het gebied waar de kuddes grazen is verboden terrein, geen pottenkijkers toegestaan.

DSC01336Onze verwachtingen voor de 18 kilometer van Almere naar Lelystad waren dan ook niet al te hoog gespannen. Een vergissing, zo bleek. Het bos aan deze kant van de spoordijk is jong, maar erg mooi, in alle tinten groen, ook al hangt er nog geen blaadje aan de bomen.

En zeg nou zelf, hoe vaak tref je als wandelaar zo’n mooi, zacht, mosovergroeid tweezittertje in de zon? Doorlopen was geen optie, ook al waren we nog maar net op weg. Ons paasbrood met blauwschimmelkaas smaakte extra lekker.

En met de rest kwam het daarna ook helemaal goed. We hebben ze gezien, hoor, de heckrundreren en konikpaarden; zelfs een paar edelherten met machtige geweien die beschutting zochten in het kreupelhout vlak langs de weg.DSC01404

Maar toen was het al paaszondag en wij op de terugweg over de dijk langs het IJsselmeer: 19 kilometer over een fietspad van betonplaten. Met bepakking. Prachtig moeraslandschap, maar oef, dat doet pijn aan de voetjes.

De koudste pasen sinds 1964, horen we later op het nieuws. Kortom, we nemen de training serieus.