Maandelijks archief: april 2019

Zwanenzang?

20190407_1622331772521561.jpg

‘Hoe ver zijn jullie nu met de wandeling?’, vraagt een collega bij de borrel. ‘Die is af’. ‘Maar, heb ik dan de laatste blog gemist?’ ‘Uh… laatste blog?’.

We zijn alweer twee weken thuis en aan het werk. De rugzakken zijn uitgepakt, de was is gedraaid, alles ligt weer in de kast.

Voor ons is de wandeling rond. Rugzakselfie gemaakt aan de voet van de kerk van Hasselt, het officiële eindpunt van het Jabikspaad. De wandeling over de dijk van Hasselt naar Zwolle daarna was een bonus, omdat de dag zo zonnig was en het land zo prachtig. En, niet te vergeten, de blaren weg. Nog wel even afzien op de laatste kilometers, langs een drukke provinciale weg, waar de aanstormende auto’s om onze oren floten. Vrroem! Jak! Maar daarna wachtte er een terras in Zwolle, eten en drinken en de trein terug naar Amsterdam.

Wanneer is de wandeling rond? Als wij de rugzak afdoen en neerploffen op de bank, schoenen uit, voetjes omhoog? Of pas als de laatste blog geschreven is? En wat is dat dan, de laatste blog?

Afgelopen zondag was de dag opnieuw zonnig. Binnenblijven was geen optie. Dus trokken we de wandelschoenen aan en liepen een rondje door onze achtertuin, de Diemerpolder onder de rook van Amsterdam. Een mooi natuurgebiedje, nat en grassig, met veel uitlopend groen dat ‘lente lente’ riep. We liepen, genoten van de zon, zaten op een steigertje aan het water, aten wat, liepen weer verder.

Op het pad in Friesland zagen we regelmatig zwanen. Ze zaten in de graslanden, in groepen, soms maar een paar, soms een hele klas bij elkaar. Binnenkort gaan ze nesten bouwen, zeiden we tegen elkaar. Maar we zagen er nog niets van.

En nu, vlak bij huis, liepen we er zomaar tegen aan. Ineens was ze daar. Bovenop een takkenbult in het watertje vlak langs de polderweg waar we liepen. Een broedende zwaan. Majesteitelijk uitgestrekt op het nest. Veilig, want iets verderop hield vader de wacht, statig drijvend in het water.

We stopten even om een paar foto’s te maken. Toen we ons omdraaiden om verder te lopen, stond vader ineens op de polderweg. Hij had de vleugels nog net niet uitgeslagen om ons dreigend toe te sissen, maar hij keek wel heel argwanend. De boodschap was duidelijk.

We liepen door. Voor een broedende zwaan hoef je niet ver van huis. En voor het pad eigenlijk ook niet. Dat is altijd dichtbij. En de wandeling is nooit af. De laatste blog bestaat niet.

Advertenties